Dynamische benzine prijzen?

Vanmorgen stond er een artikel in De Gelderlander over benzineprijzen die binnen het etmaal variareren. Net als bij vliegtickets en hotelkamers zeg maar. In Duitsland schijnt dit vaker voor te komen, in Nederland wordt ermee geexperimenteerd. Maar waarom eigenlijk?

Vliegtuigtickets en hotelkamers hebben een beperkte capaciteit en een groot aandeel vaste kosten. Het vliegtuig moet toch vliegen, dus dan liever de stoel verkopen voor een laag bedrag, dan helemaal niet. Iedere euro extra kan worden gezien als extra winst. Bij hotelkomers hetzelfde. De kamer is er al, dus liever verhuren voor een lage prijs, dan helemaal niet. Bij benzine is dat anders. Voor iedere verkochte liter, moet de voorraad weer worden aangevuld. Iedere euro minder is dus extra verlies, geen extra winst.

Ook de prijs verhogen is nutteloos. Bij hotelkamers en vliegreizen koop je risico af met een hogere prijs. Het risico dat het beperkt aantal stoelen of bedden is uitverkocht. Ik heb nog nooit meegemaakt dat ik bij de pomp kom en dat de benzine is uitverkocht. Het risico bestaat voor mij niet, dus waarom zou ik dat willen afkopen?

Dynamische prijzen willen pomphouders ook toepassen op artikelen in de shop. Maar ook die producten zijn meer vergelijkbaar met benzine dan met vliegtuigstoelen of hotelbedden. Volgens mij leidt het dynamisch prijzen alleen maar tot beperking van de winst. Een hogere prijs vragen gaat niet, want dan gaan de klanten naar een andere pomp. Een lagere prijs vragen gaat wel maar dat kost de pomphouder geld. Waarom zou hij dat doen? Tanken moet je immers toch.

Houdgreep of gewenste situatie?

Vanmorgen lag er een halve Volkskrant in de brievenbus. Dat is opvallend, want ik heb geen abonnenement. Hij was dan ook al 2 dagen oud en zat in een envelop. De verzender bleek mijn moeder en het ging om een artikel over ‘De manieren waarop bedrijven ons in de houdgreep hebben.’

Meer specifiek gaat het over marketing trucs. Manieren waarop marketeers onze aankopen beinvloeden. De schrijver en de marketing goeroe vinden dat bedrijven een pas op de plaats moeten maken. Als ik naar shampoo en tandspasta reclame kijk, waarbij veel moeilijke woorden worden gebruikt, de wildste producten voorbij komen die erin zouden moeten zitten en zogenaamde onafhankelijke specialisten, ben ik het daarmee eens.

Van de andere kant, de huidige consument is niet dom en anders zijn er consumentenprogramma’s als Radar en het virale effect van social media om consumenten de nodige kritische blik bij een aankoop te geven. Op die manier worden sprookjes als een lopend vuurtje ontkracht en deze praktijken snel uitgeroeid. Dan gaat het in de marketing weer waar het écht om moet gaan, identiteit.  

Identiteit kan de unieke eigenschap van een product zijn die het beter maakt dan alle anderen. Identiteit kan ook het verhaal zijn dat bij een product hoort en waarmee de consument een klik heeft. Zonder verhaal zou cola bijvoorbeeld gewoon cola zijn. Dankzij Coca Cola is cola voor mij bij iedere aankoop en iedere slok een beetje ‘happiness’. Op die manier maken de marketeers van Coca Cola het leven toch een beetje mooier. 

Bewust of onbewust kiezen consumenten voor een merk omdat ze met dat merk meer een klik hebben dan het andere. Een klik omdat we ons ermee kunnen identificeren of er sympathie voor hebben. Is dat een houdgreep of de gewenste situatie?

Passie

Heerlijk een weekje vrij. Heerlijk ook dat het de hele middag regent. Dat is namelijk het enige goede excuus om de hele dag op de bank te mogen hangen. Beetje internetten en tv kijken. Zowaar is er dan ook nog iets interessants op, zo halverwege de middag: Knallen in de horeca. Een soort dubbeltje op z’n kant in bedrijf voor de horeca, maar dan zonder John Williams en met rechterhand van Herman den Blijker, meneer Reimers.

Deze aflevering liet mooi zien hoe belangrijk passie voor je vak is bij alle medewerkers van een bedrijf. Waar de eigenaren alle passie in hun bedrijf stopten als gastvrouw en chefkok, was de passie bij de 4 serverende tieners ver te zoeken. Hierdoor kwam de beleving van de eigenaren totaal niet over bij de gasten. Geen wonder dat het eetcafe leeg bleef ondanks het goede eten.

Een gerecht is niet klaar als het de keuken verlaat. Het overbrengen van de beleving tot bij de klant, of zelfs nog daarna, is een belangrijk onderdeel van ieder product. Zonder beleving zouden alle fietsen hetzelfde zijn. Pas als iedere stap met passie is gedaan, ontstaat een uniek product. Passie bij alle medewerkers van een bedrijf is enorm belangrijk. Werk jij nu met passie?

Blogpraat

Gisteravond heb ik voor het eerst de twitterchat #blogpraat gevolgd. Iedere maandagavond van 20:00 uur tot 21:00 uur worden aan de hand van @elja1op1, die overigens aan de andere kant van de wereld zit, verschillende onderwerpen besproken. Ik vind twitter niet het ideale medium voor een chat omdat je je volgers gaat spammen met iets waar ze hoogstwaarschijnlijk geen interesse in hebben maar meelezen was erg leuk, herkenbaar en inspirerend. Hier een selectie van de beste tweets uit de blogpraat van gisteravond (en natuurlijk de tip om de blogs van deze tweeps te gaan volgen):

http://storify.com/rhrnl/blogpraat.js

Laat maar komen die beweging!

Eerder postte ik 5 redenen om te bloggen. Daar voegt @ejpfauth er nog 1 aan toe: Bloggen zet dingen in beweging. En dat is 100% waar. Nadat ik veel had gelezen over bloggen startte ik 2 jaar geleden deze blog. Gewoon om te kijken wat zo’n blog kan doen. Ik verwachtte er niet veel van, maar het resultaat vind ik verbazingwekkend.

Zo inspireerde ik via mijn blog Portugezen tot een uitgebreide discussie. Daarnaast is mijn blog in korte tijd inspiratie geworden voor de leading blog in dit wereldje uit Nieuw Zeeland. Hierdoor werd mijn bereik opeens ook enorm. Tel daar nog eens alle gewone lezers bij op die bijvoorbeeld via google binnenkomen omdat ze informatie over een bepaald onderwerp zoeken.

Met de exponentiele groei van het bereik van een blog, moet er een dag komen waarop bloggen zich terug gaat betalen. Ik ben dan ook erg nieuwsgierig waar dit toe gaat leiden als ik nog even door ga. Laat maar komen die beweging!

Super social service, KLM

Gisteren blogde ik over de saaie voorspelbare resultaten van de #rtltweetweek. Dat het veel beter kan laat KLM zien. Ze reageren niet alleen op berichten in de social media, ze maken er soms ook nog iets leuks van en plaatsen dat op youtube. Hier wat voorbeelden van het prachtige social media gebruik van KLM:

Live reply 2011:

Live reply 2011 2:

KLM Surprise:

Over 5 jaar geen laptops meer?

Vandaag heb ik de eerste cursusdag gehad voor mijn marketing opleiding. Heerlijk zo’n dagje aanrommelen met vakgenoten. Natuurlijk is zo’n dag een mooie gelegenheid voor leuke discussies. De mooiste stelling was dat de laptop over 5 jaar niet meer bestaat. Met de stormachtige opkomst van tablets, waren hier veel medestanders voor te vinden. Ik denk echter dat er over 5 jaar gewoon nog laptops zijn.

Een tablet is een fantastisch apparaat om informatie mee te consumeren, oftewel lezen. Het produceren van veel informatie, oftewel typen, is een drama. Ik zie mij echt niet 8 uur per dag op een tablet rammen. Daarvoor is een laptop toch een stuk beter apparaat, hoewel die ook niet heel erg ergonomisch verantwoord is. Wel zullen laptops eigenschappen van tablets overnemen. Eigenlijk gebeurd dat nu al met de zogenaamde ultrabooks, ultra dunne en lichte laptops die de goede eigenschappen van tablets en laptops combineren. Misschien moet de stelling wel worden omgedraaid!

Zijn er door de komst van ultrabooks over 5 jaar nog wel tablets? Ik denk het wel. Een tablet is een superhandig apparaat voor het consumeren van informatie en schrijven van korte teksten. Daarom zal de tablet blijven bestaan, een laptop blijft toch een onhandig ding om alleen informatie te lezen. Een nieuwe innovatie is nodig om beide apparaten van de aardbodem te laten verdwijnen, net als desktops. Een product dat nog handzamer en ergonomischer is dan de huidige apparaten. Een virtueel scherm en virtueel toetsenbord verpakt in een bril ofzo. We zullen het zien over een jaartje of 5…

2,3 miljoen bondscoaches

John de Mol dacht het helemaal voor elkaar te hebben gisteravond. Uit dik 500 inzendingen selecteerde hij willekeurig 6 liedjes. Vervolgens laat hij het Nederlands publiek bepalen welke naar het Eurovisie Songfestival gaat. Om deze 2,3 miljoen bondscoaches een beetje te helpen vloog hij 100 mensen uit verschillende landen van Europa in en nodigde hij een ‘vakjury’ uit. John was gisteravond helemaal klaar voor de strijd.

De vakjury, die de afgelopen jaren in verschillende samenstellingen had bewezen per definitie incompetent te zijn, moest door het uitspreken van hun voorkeur duidelijk maken waar in ieder geval niet op moest worden gestemd door het Nederlands publiek. Deze keer had John, eveneens willekeurig, als vakjury gekozen voor DJ Afrojack (omdat hij de vriend van Paris Hilton is?), Jeroen Nieuwenhuize, Carlo Boszhard verkleed als Ali B, Irene Moors verkleed als Stacey Rookhuizen en Mari van de Ven verkleed als Carlo Boszhard. Ondanks wat gemol van Jeroen (“ik ga mee met de buitenlanders”) en Afrojack (“Ik vond jouw liedje wat afgezaagd.”), die zich af en toe tot ware songfestival specialisten ontpopten, deed de jury uitstekend haar werk en pikten ze de kansloze deelnemers voor een overwinning in Bakoe er feilloos uit.

Om duidelijk te maken waar wel op te stemmen, zijn de 100 Europeanen  ingevlogen. Dan lijkt het zo simpel. De ‘vakjury’ vertelt waar zij op stemmen, die keuze moeten de kijkers thuis dus niet maken. Vervolgens zegt presentator Jan Smit voor, die het overigens best aardig deed, wat Europa leuk vindt. De Tros kijker moet dan dezelfde keuze maken als de 100 Europeanen. Makkelijker kan het bijna niet.

Dat dit voor 2,3 bondscoaches te moeilijk is, bleek al in de tweede stemronde. Waar 75 van de 100 Europeanen voor stoeipoes Rafaella en haar chocoladeliedje gingen en de ‘vakjury’ koos voor Joan, bleken de 2,3 miljoen bondscoaches thuis niet in staat het juiste sms nummer in te typen en kon Rafaella al naar huis. Dag songfestival overwinning.

Bij de finale bleek het kwartje opeens wel te zijn gevallen bij de bondscoaches thuis. Waar de jury Pearl en Ivan alvast op een voorsprong zette voor een nieuw songfestival fiasco, werd dit advies genadeloos van tafel geveegd door de 2,3 miljoen bondscoaches en gaat indiana Joan ondanks haar maffe outfit naar het Songfestival.

Toen was het kwaad echter al geschied, met Rafaella hadden we namelijk dik gewonnen. Maar ook met Joan moet het een finaleplaats haalbaar zijn. Weg met die verentooi en een beetje Mumford & Sons erin en we hebben een catchy eigentijds liedje dat moet kunnen strijden met deze inzending uit Noorwegen.

Wat dit nationaal songfestival wel heeft bewezen, is dat het leggen van een keuze bij 2,3 miljoen bondscoaches ook niet werkt. Gelukkig hebben we deze zomer in Oekraine 1 bondscoach en begrijpt die dat mooi spel geen voorwaarde is om Europees kampioen te worden. John, je hebt een jaar de tijd om die persoon te vinden voor het Songfestival 2013. Voor dit voorjaar wens ik Bert en Joan veel succes!

Tussen Zeeman en Zara

Met deze post ga ik mij voor een man op gevaarlijk gebied begeven: de damesmode. Ok, herenmode had ook gekund maar het vrouwelijk brein is toch net even interessanter in dit geval.

Vrouwen zijn dol op koopjes. Het liefst wordt er veel voor weinig gekocht. Toch doen veel vrouwen dat liever bij Zara dan bij Zeeman, ondanks dat de laatste veel goedkoper is. Beetje vreemd, dol op koopjes en toch liever in de duurdere winkel kopen dan in de goedkopere. Daar ligt misschien nog een gat in de markt. Maar, hoe verkoop je goedkope dameskleding die de moderne vrouw wél wil kopen?

Primark is een kledingketen die in dit gat is gesprongen. Ten opzichte van Zeeman heeft Primark haar aanbod smaller maar dieper gemaakt. Alles wat niet met mode te maken heeft is eruit, zoals de oma onderbroeken en het goedkope kinderspeelgoed. Daarvoor in de plaats meer variatie in kleding. Het is niet de speciale stijl die Primark onderscheidt, maar het grote aanbod.

Dat grote aanbod geeft wel een probleem: ruimte. Winkelruimte in stadscentra is duur. Maar daar heeft Primark iets op gevonden, grote moderne winkelcentra buiten het centrum. Deze schieten als paddestoelen uit de grond omdat ook electronicazaken op zoek zijn naar grote goed te bereiken winkelruimtes. Meer ruimte voor minder geld dus.

Deze locaties hebben nog een bijkomend voordeel: Waar het stadscentrum nog wel eens als een uitje wordt gebruikt om een luchtje te scheppen en er dus veel wordt gekeken zonder te kopen, heeft een bezoek aan een winkelcentrum maar 1 doel: geld uitgeven. Een hogere omzet is het resultaat.

Daarnaast heeft Primark de sfeer van een normale kledingzaak. Geen goedkoop felgeel en blauw, maar rustige pastelkleuren en een moderne inrichting die het shoppen aangenaam maakt, zoals Zara die ook heeft. Bij Primark is het goedkoop winkelen in een sfeer die allesbehalve goedkoop aandoet. En het blijkt dat vrouwen daarvoor graag eens een dagje niet naar de stad gaan.

Zijn er eigenlijk meer producten waar nog ruimte is voor de combinatie diep assortiment met een lage prijs?