Mag ik je Tetten zien?

Het geluid van een vlakke hand die een onzachte aanvaring heeft met mijn wang, gevolgd door een mooie reeks scheldwoorden. Dat is wat ik verwacht als ik deze vraag stel aan een willekeurige schone. Een reeks scheldwoorden waar ik bovendien moeilijk iets tegenin kan brengen. Vooral aan het woord ‘viezerik’ is wellicht geen letter gelogen.

In 2 weken meer dan 50 vrouwen die zonder tegenprestatie hun tetten in je inbox deponeren. Dat klinkt als het paradijs. En het meest opmerkelijke is misschien dat deze vrouwen totaal geen moeite hebben dat hun kussentjes uit de hemel met de hele wereld worden gedeeld. Ik vraag me af wat wij mannen al die tijd verkeerd hebben gedaan dat een vrouw dit nu wel voor elkaar krijgt.

Anyway, ik wil U danken voor het scheppen van de vrouw, het internet en het paradijs dat Social Media heet. Amen.

Realeren. Reawat?

Het lastige van blogs is dat mooie, goed geschreven blogs moeilijk te vinden zijn. Ze gaan overal en nergens over. Dat maakt ze onvindbaar voor Google. Ik weet gewoon niet op welk zoekwoord ik moet zoeken. Ergens diep in de spelonken van het internet zitten ze verstopt, die allermooiste blogs. Ik vertrouw er dan maar op dat de mensen die ik volg op Twitter de mooiste blogs aan mij willen doorvertellen.

Gelukkig is dit probleem nu door iemand herkend en die heeft de website realeren.nl opgezet. Hierop kunnen bloggers hun mooiste blog van de laatste 30 dagen aanmelden. Wat er daarna gebeurd is mij nog niet helemaal duidelijk. Maar ik heb realeren.nl in mijn RSS reader gezet en ik volg @realeren op Twitter. Zo komen nu de mooiste blogs voorbij in mijn berichtenstromen. Heerlijk.

Zoals ik realeren.nl gebruik, is niet helemaal waarvoor realeren.nl is opgezet, volgens mij. Maar soms is het gewoon de schoen aantrekken als hij past. Mocht je dan toch op realeren.nl zitten, geef dan even een thumbs up voor ‘De Rolstoelman’.  Thanks en veel plezier met het ontdekken van mooie blogs op realeren.nl

Mocht je het nog niet helemaal duidelijk zijn, de naam van die website is realeren.nl. Als je het maar vaak genoeg herhaalt, blijft het vanzelf hangen, dat realeren.nl.

Mijn 1% ontwikkelingshulp, geef ook 1%!

Laatst zat ik gewoon wat te lezen en surfen over het internet. Opeens struikelde ik over een link naar een juweeltje van het internet. Een crowdfunding platform voor ontwikkelingshulp, de 1% Club. Internet op z’n best!

Alleen doneren vind ik echter te makkelijk. En dat is geen probleem bij 1% Club. Het mooie van dit platform is namelijk dat je ook 1% kan dóen. Mijn keuze is daarvoor is gevallen op het project ‘Nooit meer blut dankzij een waterput’. Een mooi project met als einddoel een waterput voor een kinderdagverblijf in Mombasa, Kenia.

Het water uit de put wordt verkocht, water dat nu nog wordt ingekocht. Hierdoor krijgt het kinderdagverblijf een inkomen waardoor het minder afhankelijk is van donaties. Een heel mooi doel, vind ik zelf. Mijn 1% doen bestaat uit het opzetten van een social media strategie voor dit project. Dus heeft Cecil Kids, de organisatie achter het kinderdagverblijf, sinds kort een mooie Facebook fan pagina!

Vanaf nu zijn hier alle gebeurtenissen rondom het kinderdagverblijf te volgen en blijkt eigenlijk nu al dat de waterput broodnodig is… Dus: like Cecil Kids op Facebook en geef ook 1% via de project page op de 1% club!

Er zit geen muziek meer in de muziekbranche

Zojuist las ik ergens dat muzikanten het in dit digitale tijdperk verschrikkelijk zwaar hebben. Ze verkopen geen cd’s meer, dus hebben ze geen inkomen meer. Huh? Wat? Een muzikant moet toch muziek maken om geld te verdienen? Waarom verkoopt hij dan cd’s?

Vroeger, nog voor de langspeelplaat, verdienden muzikanten geld door iedere avond live op te treden. Met vinyl, cassettebandjes en cd’s kwamen er gegevensdragers die muziek op iedere plek beschikbaar maakten. Al snel leverde dit voor een aantal muzikanten meer geld op dan live optredens. Hierdoor werd het live optreden een promotie om meer albums te verkopen. Dat is natuurlijk de omgekeerde wereld.

Als muziekliefhebber heb ik de wereld altijd andersom gezien. Een album kopen was een noodzakelijk kwaad. Eigenlijk wil ik een live optreden kopen, maar een muzikant kan maar op 1 plek ter wereld tegelijk zijn en ik ook. Om toch de muziek te kunnen luisteren, kocht ik maar het album. Het beste alternatief.

Het digitale tijdperk heeft de muziekbranche nu weer teruggedraaid, zoals het hoort. Muzikanten vinden dat ze het nu zwaar hebben. Volgens mij hebben ze het jarenlang veel te goed gehad. Het zou fijn zijn als ze nu stoppen met klagen en weer muziek gaan maken. Daar zijn ze tenslotte muzikant voor geworden.

Bovendien, het digitale tijdperk heeft het veel gemakkelijker gemaakt om als muzikant je optreden te promoten. Met al die digitale hulpmiddelen is het maar net wat jij als muzikant als je belangrijkste bezigheid ziet. Of is het maar net wat je publiek als je belangrijkste bezigheid ziet?

Tweets uit de tour

In tegenstelling tot bijvoorbeeld het theaterpodium of het tv scherm is social media een podium dat voor iedereen beschikbaar is, zonder uitzonderingen. Beschikbaar voor iedereen van bekende tv-persoonlijkheden, artiesten en sporters tot onbekende ambtenaren, vrijwilligers en werklozen. Hierdoor is meer en ongefilterde informatie beschikbaar van iedereen die gebruik maakt van dat podium. En dat levert erg mooie dingen op, vind ik.

Zo is informatie uit eerste hand, die voorheen alleen voor journalisten beschikbaar was, nu voor iedereen beschikbaar. Hierdoor worden de verhalen van mijn Tourhelden nog mooier en maak ik ook kennis met de mens achter de atleet. Bijvoorbeeld na de tumulteuze etappe van gisteren, die met de vele valpartijen:

http://storify.com/rhrnl/reacties-massale-valpartij-tour-de-france-etappe-6.js

En het leuke van de categorie onbekenden is dat je ook tot de categorie bekenden kan behoren. Al is het maar voor een beperkt publiek. Mocht je dat willen tenminste.

Censuur van het Nederlandse internet

Trots publiceerde stichting BREIN deze week dat het verkeer naar de website The Pirate Bay is gekelderd. Niet zo gek, want na een dubbele rechterlijke dwaling eerder dit jaar krijg je dit te zien als je naar The Pirate Bay surft.

Via omwegen is The Pirate Bay echter nog steeds bereikbaar, en daar houden de cijfers van BREIN geen rekening mee, zie ook dit bericht op Geen Stijl (die voor de afwisseling eens wel de spijker op de kop slaan). De sympathieke internetprovider XS4All, die zich blijft uitspreken tegen het besluit van de rechter, ziet zelfs het verkeer van Torrents (bestanden die worden gebruikt bij het downoaden van muziek of films) toenemen bij haar abonnee’s.

Terecht wijst de internetprovider erop dat geld beter kan worden besteed aan onderzoek naar nieuwe verdienmodellen voor de muziek- en filmindustrie. Deze industrieën vechten nu al 15 jaar (remember Napster) tegen consumenten die niet langer veel geld willen betalen voor overdreven hoge artiestensalarissen. Om maar niet te spreken over de zakkenvullers die daaromheen lopen zoals managers en platenmaatschappijen. En dat voor materiaal dat gemakkelijk zonder veel moeite,  kosten en kwaliteitsverlies kan worden gekopieerd.

Om te voorkomen dat onze versie van het internet gaat lijken op de Chinese versie, wordt het snel tijd dat er een einde komt aan deze censurering, die als enige doel heeft het beschermen van wankelende industrieën onder het motto van een achterhaald recht als het auteursrecht:

Het auteursrecht is het uitsluitend recht van den maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld.

Aangezien het verveelvoudigen niet meer is te handhaven in dit digitale tijdperk, is deze wet een wassen neus. Het lijkt me dan ook beter voor zowel consument als film- en muziekindustrie om deze censurering op te heffen, voordat we in Nederland helemaal doorschieten in het afschermen van het internet. Is er al een politieke partij die een vrij beschikbaar internet in haar verkiezingsprogramma heeft opgenomen?

Ik wil Waal worden!

Zaterdagmiddag, station Maastricht Randwyck. Ik wacht op de trein naar Luik. De trein rijdt 1 keer per uur en de vorige heb ik net gemist. Ik stoor me eraan. Het kan toch niet dat op een dag als vandaag die trein maar 1 keer per uur rijdt?

Voor de Walen, die de treindienst tussen Maasticht en Luik onderhouden, maakt het niet uit of het vandaag een normale zaterdag of een speciale zaterdag is. Heerlijk lijkt me dat. Zo’n Waalse ‘het maakt me niet uit mentaliteit’. 

Terwijl ik daarover nadenk, komt 10 minuten te laat de trein aangereden. De Waalse ‘het maakt ons niet uit’ mentaliteit druipt er vanaf. Het is een rood, lelijk, klein, oud, Belgisch boemeltreintje. Maar het boemeltje brengt mij wel waar ik zijn moet. Station Liège Guillemins.Liège Guillemins

Als ik uitstap geloof ik mijn ogen niet. Wow! Wat is dit een schitterend station! Het station is hypermodern mooi met een doorkijk die uitzicht geeft over de lelijke grijze stad. Een prachtige combinatie. On-Waals mooi. Of juist heel erg Waals mooi? Dit moet immers een vermogen hebben gekost. Maar wat maakt het die Walen uit? Het zijn de Vlamingen die de belasting betalen.

Ik verlaat het station en loop over scheve kinderkopjes langs de lelijke, vuile, grijze gebouwen naar het centrum. Het maakt de Walen niet uit hoe de straat erbij ligt of hoe hun huis eruit ziet. Voor ons is ons huis een statussymbool. Voor de Walen is het gewoon een huis. Status is niet belangrijk. Het maakt een Waal niet uit. Het leven draait niet om status. Het leven draait om plezier maken. De rest maakt een Waal niet uit. Heerlijk lijkt me dat.

LuikVandaag is het overigens een speciale zaterdag. Het is de zaterdag van Le Grand Départ. De start van Tour de France, in Luik. Rustig staan de Walen achter de hekken langs het parcours. Ze interesseren zich nauwelijks voor de renners. Het maakt ze niets uit. Het gaat om het plezier. De zon aan de hemel, een Jupiler in de hand en een goede buurman. De rest maakt niets uit.

Totdat opeens een golf van geluid over het parcours gaat. Jawel, de lokale Waalse held Philipe Gilbert staat aan de start. Met een golf van geluid trekken de Walen hem over het parcours. Gilbert rijdt een toptijd. De Walen hebben plezier. De rest maakt niet uit. Het geeft een heerlijke sfeer.

Of toch? Opeens gaat er een zucht van verbazing langs de hekken. Fabian Cancellara is zojuist de finish gepasseerd. Hij verpulvert de snelste tijd. De Walen kunnen het zichtbaar waarderen. Dit is kunst op een fiets.

Station Liège GuilleminMassaal verlaten we de hekken langs het parcours en strijken neer op terrassen in smalle straatjes. Ik pas me aan en neem iets te eten op een terras, om daarna terug te slenteren naar het station. Op het perron wacht een menigte Hollanders op het boemeltje terug naar Maastricht. Het lijkt alsof ze allemaal dienstroostermaker van de Belgische spoorwegen zijn, net als dat ze vorige maand allemaal bondscoach waren.

Ik hoor het geklaag aan en wacht rustig tot het boemeltje verschijnt. Maar het boemeltje komt niet. In plaats daarvan verschijnt een halfuur te laat een prachtige moderne trein. Ik stap in en laat de airco mijn warme lichaam verkoelen. Maakt het die Walen dan toch wat uit?

Al snel keer ik terug in de werkelijkheid. ‘Station Visé. Eindpunt van deze trein.’ Ik kijk uit het raam en zie aan de overkant van het perron een rood, oud, lelijk Belgisch boemeltje staan. Een extra lange. Dat dan weer wel. Maakt het ze dan toch wat uit?

Ik zoek een plaats en wacht tot de extra lange boemel in beweging komt. Na een halfuur vindt de Waalse machinist het ook tijd geworden om maar eens te gaan vertrekken. Om voor het gemak station Eijsden en Maastricht Randwyck maar even over te slaan. Het maakt die Walen ook echt niets uit. Heerlijk lijkt me dat.

De rolstoelman

Station Amsterdam Bijlmer Arena. Hier moet ik overstappen. Ik stap uit de trein en zie dat de trein richting Utrecht er nog niet is. Ik neem plaats op een bankje naast een jongen met een allochtoon uiterlijk. Suriname of de Antillen, één van die twee denk ik. Hij ziet er verzorgd uit.

In de verte komt een jonge man in een rolstoel aanrijden. Hij stopt bij ons bankje en vraagt de allochtoon of hij zijn OV-chipkaart ook in de bus kan gebruiken. De rolstoelman en de allochtoon raken aan de praat. Met een schuin oor luister ik mee. De allochtoon vertelt dat hij fashion management studeert. Wat hij ermee wilt gaan doen weet hij nog niet.

De rolstoelman vertelt dat hij veel met de trein reist. Bijna dagelijks van Groningen naar Amsterdam. Hij vertelt dat het hem opvalt hoe vaak hij vertraging heeft doordat mensen voor de trein zijn gesprongen. Hij begrijpt dat niet. De allochtoon en ik kijken elkaar aan en ik zie dat ook hij van binnen moet lachen. Zou de rolstoelman daar zelf nooit over hebben gedacht, met zijn lichamelijke beperking? Waarom stapt iemand zonder lichamelijke beperking uit het leven en waarom verbaast iemand in een rolstoel, die daar meer reden voor heeft, zich daarover? Wat kan het leven toch verwarrend zijn.

Ik besluit het het hem niet te vragen en het gesprek op een andere onderwerp te gooien. Ik vraag de rolstoelman waarom hij bijna dagelijks zoveel in de trein zit. Hij vertelt dat hij bij grote bedrijven managers met een lichamelijk handicap begeleidt. Daarover gaat straks ook zijn spreekbeurt bij een groot IT bedrijf. “Preach what you practice” voegt de rolstoelman zelf toe. Wat moeten alle drie lachen.

Dan komt de trein naar Utrecht aanrijden. Ik ben nieuwsgierig hoe de rolstoelman de trein in komt en blijf iets langer op het bankje zitten. De rolstoelman en de allochtoon snellen naar de deur. Als iedereen is uitgestapt, stapt de rolstoelman uit de rolstoel, grijpt zich vast aan de trein en slingert zichzelf naar binnen. Dan pakt hij de rolstoel beet en wilt hij ook die naar binnen trekken. De allochtoon wilt helpen maar dat maakt de situatie alleen maar onhandiger.

Als laatste stap ik in de trein. Ik knik nog even gedag naar de rolstoelman die bij de deur weer plaats heeft genomen in zijn rolstoel. Hij knikt terug. Bij het weglopen hoor ik dat hij alweer aan het volgende gesprek is begonnen.

De ov-chipkaart is zó jaren ’90

Ik ben tegen de OV chipkaart. Ik heb dan ook geen OV chipkkaart. En ik wil ook geen OV chipkaart. Ik wil mijn OV reis betalen op het moment dat ik met het OV reis. Gewoon ‘boter bij de vis’. Net als appels. Of een trui.

Op die stomme OV chipkaart moet ik minimaal 20€ zetten om een kort ritje met de trein te maken. Geld dat ik NS betaal, waar ik niet direct iets voor terug krijg. Dat wil ik dus niet.

Waarom maken onze OV bedrijven eigenlijk gebruik van zo’n ouderwetse techniek? Een chipkaart waarop ik krediet kan zetten? Weer een pasje erbij. Weer een pasje bij de oude spaarkaarten die in de jaren ‘90 zoveel werden uitgedeeld. Ik begrijp dat echt niet.

Dat in een tijd waarin ik met mijn mobiele telefoon overal ter wereld kan inchecken op foursquare. Waarom dan niet op stations? Ik check in, geef aan waar ik naar toe wil en reken meteen bij het inchecken het gepaste bedrag af. Veilig, makkelijk en handig. Ik tevreden, OV bedrijven tevreden, wat willen we nog meer?