Autosjtuute

Het was al wat laat, ongeveer half vijf, toen ik zondagmiddag het Pancratiusplein op stapte. Net als iedere zondag dat het mooi weer is, zaten de terrassen nog lekker vol. Gelukkig stond er links en rechts nog wel wat van het chroom te blinken waarvoor ik was gekomen. Het was weer Autosjtuute, de zondag van het jaar waarop de stenen vlakte van het Pancratiusplein vol staat met blinkend chroom, het geluid van pruttelende motoren klinkt en het ruikt naar de geur van verbrande olie. Heerlijk.

Paaltje

Vroeger was het iedere mooie zomerdag Autosjtuute langs de terrassen op het Pancratiusplein. Toen stond er nog geen paaltje in de Akerstraat en was het Pancratiusplein nog niet autovrij. Het Autosjtuute was een optimaal tijdverdrijf vanaf het terras: Lekker kijken naar foute gasten die in foute bakken met nog foutere muziek uit de speakers voorbij paradeerden. De één tergend langzaam, de ander met veel te hoge snelheid.

Traditie

Gelukkig hebben een paar autofanaten ervoor gezorgd dat deze mooie Heerlense traditie slechts is gereduceerd tot 1 keer per jaar en niet geheel verloren is gegaan door een paaltje in de Akerstraat.  Ik moet ook zeggen dat de kwaliteit van hetgeen er te zien is behoorlijk omhoog is gegaan. Waar het eind jaren negentig vooral veel BMW’s, Mercedessen, Golfjes en verbouwde Opels waren die voorbij kwamen, zijn het nu mooie Amerikaanse, Engelse en Zweedse oldtimers die de ogen strelen. Maar gelukkig mogen ook de verlaagde Golfjes nog steeds meedoen.

Genieten

Het was weer genieten op het Pancratiusplein. Even een rondje tussen de auto’s door lopen, links en rechts een klein kijkje door een ruitje of een ruime blik door het geopende cabriodak om de mooie antieke dashboards te bewonderen. Vervolgens neerploffen op één van de terrassen om alles rustig van een afstand te bekijken en net als vroeger van commentaar te voorzien. En rustig wachten op het hoogtepunt. Het moment waarop die rode E-Type in beweging komt en zijn moment pakt om het mooiste concert van de dag te geven.

Nooit wat te doen

Mooier dan dat gaat een Zondag in het zuiden niet meer worden… Of misschien toch wel? Op de Bongerd kan de dag in stijl worden afgesloten met een lekker hapje bij de eerste editie van FoodTruck festival Wheels ’n Bites. Hoezo in Heerlen is nooit wat te doen?

Daar zaten we dan, op  donderdagavond in de Royal met z’n allen een
beetje trots te wezen. Het is al een tijdje geleden dat we voor het
laatst met z’n allen in de Royal zaten. De laatste keer dat we trots
waren was nog wel heel wat langer geleden. Meer dan een halve
eeuw schat ik zo. 

Daar zaten we dan, op  donderdagavond in de Royal met z’n allen een
beetje trots te wezen.

Foeilelijke luifels

Het was de donderdagavond waarop Michel Huisman met veel spot, enige zelfbevlekking en zelfoverschatting
vertelde over zíjn Maankwartier. Dat hij het niet langer kon aanzien hoe
de commercie zijn stad vernietigde. Historische gevels die werden
gladgestreken en voorzien van grote ramen en luifels. Vooral die
foeilelijke luifels. Gemaakt om mensen een droge plek te bieden om het
koopwaar achter de grote ramen te aanschouwen.

Emotie boven functie

Huisman kon deze lelijkheid waarbij functie boven emotie werd gesteld niet langer aanzien.

Hij ging aan het werk en creëerde het Maankwartier.

Want waarom zou je kunst in de marge blijven maken als je je kunst ook kunt ophangen aan de wanden van de stad? Om grootse dingen te bereiken moet je groots durven denken. Met het Maankwartier creëerde Huisman een plek waar emotie juist boven functionaliteit gaat. Een
plek waar commercie ondergeschikt is aan welzijn. Een plek die voor haar bezoekers waarde
biedt zonder winstoogmerk omdat waarde méér en
duurzamer is dan winst alleen. Een plek om te kussen en gekust te worden.

Want waarom zou je kunst in de marge blijven maken als je je kunst ook kunt ophangen aan de wanden van de stad? 

Beton

Huisman heeft de lat voor zichzelf hoog
gelegd en naar eigen mening zelfs overtroffen. Met grote verwachtingen
verplaatste ik mij dan ook met de rest van de meute van de Royal naar
het Maankwartier. Voor het eerst beklom ik de trappen vanaf de
Spoorsingel naar het Maanplein. Boven aangekomen schrok ik even. Het is
wel heel erg veel beton. Maar toen ik nog een keer keek, werd het
Maankwartier fascinerend. 

Boven aangekomen schrok ik even. Het is
wel heel erg veel beton.

Fascinatie

Overal waar ik keek zag ik andere
fascinerende details. Ik kneep mijn ogen een beetje dicht en bedacht het
groen dat er nog gaat komen bij. Net als een paar bankjes om op te
zitten. Bankjes die je de tijd geven om de omgeving op je in te laten werken en die je een plek bieden om alle details in alle rust te bekijken. Ik concludeerde dat deze plek fantastisch wordt.

Perspectief

Ik
loop verder, maak een rondje over het plein en laat mij verder fascineren door het
werk van Huisman. Doordat het Maanplein een beetje hoger ligt, is het
uitzicht vanuit iedere hoek van het plein verrassend. Opeens sta je
niet meer in de stad maar word je een beetje opgetild en kijk je net
over de daken heen. Dit andere perspectief zorgt voor een totaal andere
beleving: van lelijkheid en leegstand naar leven en….. inderdaad: Trots.

Opeens sta je
niet meer in de stad maar word je een beetje opgetild en kijk je net
over de daken heen.

Nog niet af

Maankwartier Noord voldoet aan en overtreft inderdaad alle verwachtingen.
Maar het is nog niet af. Wat volgt is het stationsgedeelte en het
Zuidplein. Van de plaatjes die Huisman in de Royal liet zien, belooft
dit gedeelte nog fraaier te worden door meer gebruik te maken van hoogteverschillen en parken. 

Trots

Waarschijnlijk zal de werkelijkheid,
net als bij het gedeelte dat al is gerealiseerd, nog mooier worden dan
de plaatjes. Door groots te durven denken en emotie boven
functionaliteit te stellen is Huisman erin geslaagd om Heerlen iets
terug te geven dat het heel hard nodig heeft, heel lang weg is geweest
en veel meer waarde heeft dan geld: Trots.

De presentatie van Michel Huisman is nu terug te kijken op YouTube: Maankwartier van idee, naar schets, naar uitvoering.

Urban Heerlen

Heerlen moet urban worden. Wat dat precies is, weet nog niemand maar het mag wel wat kosten: Liefst 330 miljoen euro. Maar past dat hippe urban wel bij de Heerlenaren die liever zo min mogelijk met dat stadse gedoe van de Randstad te maken willen hebben?

Het rijke verleden

Het centrum van Heerlen is door haar verleden een verhaal apart. Waar bij andere steden mensen van het platteland naar het gebied binnen de veilige stadsmuren trokken om te wonen en te werken, was dat bij Heerlen niet het geval. In Heerlen en omgeving trokken de mensen naar de veilige mijnwerkerskolonie buiten het centrum, dicht bij de mijn. Hierdoor kreeg het stadscentrum slechts één functie: Een plaats om het in de mijn verdiende geld uit te geven. Geld was er immers genoeg: na de oorlog was Heerlen, met de mijnbouw als katalysator, na Rotterdam de rijkste stad van Nederland. Overdag bruisde het centrum, in de avonduren was het er uitgestorven.

Het rauwe verleden

Toen de mijnen sloten was het gedaan met de rijkdom. De industrieterreinen waar de mijnen gevestigd waren, maakten plaats voor woonwijken waar de vele kinderen van de mijnwerkers gingen wonen. Veelal laagopgeleide jongvolwassenen waarvoor de overheid haar werkgelegenheidsbelofte aan de mijnwerker niet kon waarmaken. Een generatie waarvoor geen toekomst meer was. Een generatie die maar voor één reden naar het centrum van Heerlen trok: Het scoren van drugs. Iedereen die zijn geld liever ergens anders aan uit gaf, deed dat liever in Maastricht of Aken dan tussen de drugsverslaafden in Heerlen.

Zelf bouwen aan de toekomst

Met dat verleden heeft Heerlen inmiddels schoon schip gemaakt. Nu is er een jonge generatie die begrijpt dat ze het zelf moeten doen. Een generatie die weet dat geluk niet met beloftes uit Den Haag komt. Een generatie die van hun ouders hebben meegekregen dat je je eigen toekomst zelf moet creeëren. Het thema ‘Urban’ past deze generatie perfect. 

Urban toekomst

Urban is een thema dat nog niet is vastgekaderd. Een thema dat veel ruimte biedt voor de eigen creatieve invulling van de toekomst. Precies dat wat de huidige generatie jongeren in Heerlen aan het doen is. Daarnaast is Urban ook het tegenovergestelde van de historie van Maastricht. De historie die in Heerlen met het sluiten van de mijnen is weggevaagd en waar vanuit Heerlen vaak jaloers naar wordt gekeken. Precies daarom past het Urban thema het huidige Heerlen als een jas. 

Verleden en heden samen urban

Er is echter ook één val waar niet opnieuw in moet worden gestapt: Het verleden mag niet wéér worden uitgewist. Er moet een mooie balans worden gevonden tussen symbolen uit het rijke verleden, het rauwe verleden en de toekomst. Het rijke verleden als ambitie voor de toekomst, het rauwe verleden als drijfveer voor deze ambitie.  

Mijn 4 take-aways van Future Decoded

Vandaag heb ik een Vlaams inspiratiedagje in Utrecht gehad. De mannen van Nexxworks, Peter Hinssen en Steven van Belleghem, deelden op ‘Future Decoded’ hun vizie op business in 2016. Het verhaal van Van Belleghem is mij ondertussen redelijk bekend. Het verhaal van Hinssen was nieuw voor mij en zeer inspirerend. Het leuke van het evenement van vandaag was dat ze een aantal vrienden hadden meegenomen die de theorie naar de praktijk brachten.

Dit zijn mijn 4 take-aways van vandaag:

  1. De wereld verandert sneller en sneller. Static companies zijn daarom
    dood, je moet ‘fluid’ zijn, altijd bezig met ‘the day after tomorrow’.
     
  2. Fluid ben je als je in staat bent om nieuwe ideeën snel te testen en goede ideeën op te schalen.
    .
  3. Gemak is key in customer service, ‘it should be as easy as pushing a
    button’. Or no button: ‘faster then real time’. Het probleem moet
    verholpen zijn voordat het ontstaat.
    .
  4. Transactionele klantrelaties gaan het afleggen tegen ‘platformen’. Wat
    kun je je klanten bieden aan niet transactionele zaken: enabling,
    empowering, positief gevoel enzoverder. 

Koempelmentaliteit

Vorige maand was ik bij een debatavond in het kader van het Jaar van de Mijnen. Een jongerendebat over de toekomst in en van de Mijnstreek. Eén van de gespreksonderwerpen tijdens die avond was de Koempelmentaliteit. 

Wat is Koempelmentaliteit?

Tijdens deze debatavond bleek al snel dat bij jongeren van nu onduidelijk is wat de Koempelmentaliteit precies is. Door velen wordt de Koempelmentaliteit nu gekoppeld aan voetbal. Aan hard werken ook al zijn de omstandigheden moeilijk en zwaar en is de beloning niet groot. 

Meer dan hard werken…

Maar Koempelmentaliteit is meer dan dat. Koempelmentaliteit is ook het helpen van anderen.

Dit onderdeel van de koempelmentaliteit, dat ondergronds noodgedwongen ontstond, was ook bovengronds duidelijk aanwezig. Het enorm levendige verenigingsleven in de Mijnstreek leunde er sterk op, maar ook in en om het huis was het in deze regio normaal om elkaar regelmatig een helpende hand toe te steken.

Toekomst of verleden tijd?

Maar is die Koempelmentaliteit nu nog steeds aanwezig in de Mijnstreek? En wat biedt deze voor deze regio unieke mentaliteit in de toekomst? Zelf denk ik dat de Koempelmentaliteit weinig heeft te bieden voor de toekomst. In tegendeel zelfs. Er is zelfs veel te lang gewacht op die helpende hand van een ander. Voor de toekomst zal het moeten komen van zaken als initiatief en creativiteit, iets dat in de regio gelukkig steeds meer wordt ontplooid en gewaardeerd.  

Identiteit van de regio

Ondanks dat er wellicht te lang op is geleund, is het mooi om te zien dat de mentaliteit

die deze regio kenmerkt en een eigen identiteit geeft, nog altijd aanwezig is. En dat die mentaliteit nog steeds aanwezig is, heeft de voormalige Mijnstreek vorige week aan heel Nederland laten zien. Laten zien door opnieuw die helpende hand massaal uit te steken. 

En dat was heel erg mooi om te zien. Maar laten we er nu vooral voor zorgen dat misschien wel dit mooiste stukje uit de mijnhistorie niet ook verloren gaat. Zoals er al zoveel verloren is gegaan. 

Mijn verleden

Gisteren verscheen het artikel ‘Scènes uit het leven van een Limburgs meisje’ op NRC.nl. Het ‘meisje’ dat het artikel geschreven heeft, is denk ik iets ouder dan ik. Toch is dit artikel heel herkenbaar voor dit Limburgse jongetje. De manier waarop zij de cultuur in de Mijnstreek beschrijft is ongelofelijk treffend. Hieronder een paar voorbeelden.

Vanzelfsprekendheid

“Ik kon naar het gym dus ging ik naar het gym. De vanzelfsprekendheid van die keuze lag besloten in mijn moeders jeugd.”

“Toen begin twintigste eeuw de steenkoolindustrie de streek in bezit nam, moest van keuterboeren toegewijde mijnwerkers worden gemaakt. Waar tot dan toe man en vrouw samen het land hadden bewerkt en hun beesten verzorgd, veranderde hun samenleven ingrijpend.”

Ik kon dan zelf niet naar het gym, maar gelukkig was HAVO ook prima. Wat heel herkenbaar is, is de vanzelfsprekendheid van die keuze. Ondertussen weet ook ik dat die keuze geen vanzelfsprekendheid was. Anderhalve generatie voor mij heeft die keuze nooit mogen maken. Toen werden de mannen nog mijnwerker en de vrouwen huisvrouw.

Mijn, kerk en staat

“Elke zondag bracht ik met mijn vader, moeder en broers in de kerk het meest dooie uur van de week door.”

”Het mocht niet dus gebeurde het niet. (Iets wat de samenleving tekende: gewoonten en gebruiken bepaalden wat kon.)”

“Ze had minder ontzag voor autoriteit gehad dan in Zuid-Limburg gewoon was. Angst voor de macht was één van de pijlers van de Mijnstreek.” 

”De totalitaire controle van mijn, kerk en staat werkte door tot in de volgende generatie. In de Mijnstreek keek men naar boven om te horen wat te doen. Ook na de sluiting van de mijnen stond hier geen bonus op ambitie en eigenzinnigheid.”

Dit is echt een festival van herkenning voor mij. Iets anders doen dan de gebruikelijke gewoonten en gebruiken was jarenlang not-done in de Mijnstreek. Geen ambitie. Geen eigenzinnigheid. En op zondag naar de kerk. 

Drugshub

“Wanneer ik met vriendinnen in Heerlen ging winkelen, drinken en dansen, laveerden we tussen de spuiten door. Waar eind jaren vijftig bontjassen hadden geparadeerd, foerageerden heroïnejunks. De welvaart die Joop den Uyl de Mijnstreek had beloofd toen hij in 1965 de mijnsluiting aankondigde, was uitgebleven. Het tegendeel werd waar: geen stad viel zo snel zo diep als Heerlen; de rijkste stad van Nederland werd in tien jaar tijd een failliete en verloederde drugshub. De koempels verloren meer dan hun baan: met de zware industrie raakten ze identiteit en waardigheid kwijt. Trotse macho’s werden losers.”

“Wie opgroeide in de Mijnstreek kreeg als vanzelf belangrijke levenslessen mee. Geloof de autoriteiten niet meer, ze verraden je zo gemakkelijk als ze je paaien. De toekomst is onzeker en het verval nabij.”

“De zoon van onze huisarts ging kapot aan de heroïne: dat ik niet dacht dat nette mensen als wij altijd aan de vernieling ontsnapten.”

“Het maakte mensen voorzichtig. Kiezend voor behoud van wat er nog was.
Geen onnodig risico nemen, het leven had van zichzelf al onzekerheid
genoeg. Wie wat kon of wilde, trok noordwaarts, de rivieren over. Ik
werd deel van de braindrain die mijn geboortegrond in bloedarmoede
achterliet.” 

Een treffender beeld van de Mijnstreek na de mijnsluitingen kan ik zelf niet schetsen. Het straatbeeld van voor de mijnsluitingen heb ik nooit gekend, maar de vernieling waaraan moeilijk te ontsnappen was na de mijnsluitingen, kan ik mij nog goed herinneren. In mijn beleving was dat de Mijnstreek, alsof het nooit anders was geweest. En tja, die braindrain. Daar ben ook ik onderdeel van geweest.

Een weggevaagd verleden

“…realiseerde ik me hoe weinig ik wist van de mijnbouw onder mijn geboortegrond. Ik was in er naar school gegaan, had er gestudeerd – nooit iets geleerd over steenkoolindustrie.”

“Alles wat aan de mijnen herinnerde, was weggevaagd. Met een laag aarde bedekt om er nooit meer over te praten.”

“De omvang van de mijnstreek, de economische betekenis voor Nederland, de allesbepalende transformatie die land en volk naar de mijnen had gevormd, het technisch vernuft én het aantal offers dat is gebracht – knap hoe zo’n grootse geschiedenis kon worden opgeborgen.”

Hoe weinig ik weet van het mijnverleden realiseer ik mij ook nu pas. Nu er dankzij het Jaar van de Mijnen veel aandacht is voor de mijnbouw. Ik realiseer mij ook nu pas hoe weinig er nog is dat herinnert aan de mijnbouw. Hoeveel er is weggevaagd in een mislukte poging om het verleden te doen vergeten. Ik vermoed dat men dacht dat het tastbare verleden te pijnlijk zou zijn. Eeuwig zonde vind ik dat. Vooral omdat het enige dat is weggevaagd de trots is. Dat is pas pijnlijk.

Inspiratiedagje ADFO LIVE

Eén of twee keer per jaar neem ik tijd voor een inspiratiedagje om te zien en horen waar de rest van Marketing Nederland mee bezig is. Gisteren bezocht ik daarom ADFO LIVE in de Passenger Terminal in Amsterdam. Vroeg opstaan dus en met de trein naar Amsterdam, want ik wilde er zoveel mogelijk van mee pakken. Daar aangekomen was het echt Amsterdams miezerweer en  daar wordt je toch natter van dan je denkt als je er een kwartier doorheen loopt van het station naar de Passenger Terminal.

PR

Aangekomen bij de Terminal ben ik maar gelijk aangeschoven in de Main Stage ruimte waar Wouter Glazer een verhaal begon over PR. Niet echt mijn specialiteit, dus daar wilde ik wel wat meer over weten. Wouter begint zijn verhaal met te zeggen dat hij Wouter heet en met diezelfde zin eindigt hij ook. Een korte samenvatting van hetgeen daar tussenin zit is dat het belangrijkste bij PR is te weten met wie je PR buro allemaal Whatsapped. En Wouter zegt dat hij heel goed kan Whatsappen, dus dan zal hij wel goed in PR zijn.  

Relevantie

Ik blijf nog even in de Main Stage ruimte zitten want ook de presentaties in de andere ruimtes spreken mij niet erg aan. In de Main Stage gaat het over relevantie en veel meer staat er niet in de ADFO LIVE app, die het papieren programmaboekje vervangt. Blijkbaar past dat in het thema ‘Hosting the Future’ maar ik kan er niet aan wennen.

Op de Main Stage verschijnen twee hipsters die iets vertellen over relevant of elephant. Tussendoor pitchen ze een aantal reclamefilmpjes. Ik krijg het gevoel dat ik naar een moderne live versie van Mad Men zit te kijken. Het wordt zelfs zo gek dat er opeens iemand in een konijnenpak op het podium staat. Dat noemen zij dan weer Elephant. Ik begrijp er niets van, maar de hipsters komen er mee weg.

Tijd om eens naar een andere zaal te verkassen, het wordt zaal 1 waar het ook over relevantie gaat. Het blijkt een verkooppraatje voor Beacons te zijn, een technologie waarmee je nog meer informatie naar klanten kunt pushen en ik totaal niet in geloof. Waar wel toekomst in zit is de technologie voor het besturen van apparaten met handbewegingen zonder het apparaat aan te raken, waarvan een filmpje wordt getoond.

Big Data

Na een broodje is het tijd voor de presentatie waar ik voor was gekomen van Philippe Baecke van Vlerick. Hij is ervan overtuigd dat data driven bedrijven het beter doen dan andere bedrijven. ZIjn persoonlijke missie is om ervoor te zorgen dat managers de waarde van data gaan waarderen. Een goed verhaal volgt, waarbij hij onder andere aangeeft dat je data moet gebruiken om vooruit te kijken en niet om terug te kijken, zoals veelal bij KPI’s gebeurt. Er zitten een aantal mooie voorbeelden uit de sport in, maar de voorbeelden uit het bedrijfsleven zijn nog beperkt. Toch is dit de eerste echt goede presentatie over Big Data die ik tot nu toe heb gezien. Een hele korte samenvatting is hieronder te zien, maar als je de mogelijkheid hebt is het zeker een aanrader om eens naar het hele verhaal te gaan luisteren over het afbreken van de muur tussen nerds en commercie en management.

Tot slot nog een verhaal over Big Data van Hans Molenaar. Het is al wat later in de middag dus heel erg veel heb ik er niet van onthouden, behalve dat het belangrijk is om eerst een strategie te bedenken wat je met de data wilt, voordat je begint. Maar dat is eigenlijk met alles in de marketing. Het is dan ook tijd om de trein terug naar huis te nemen en onderweg nog even de email bij te werken. Wat is reizen met de trein toch een genot hè.    

Zoekmachinemarketing is dweilen met de kraan open.

Laatst zag ik het weer ergens. 70% van de zoekopdrachten begint bij Google. Het zal best een wetenschappelijk onderbouwd getal zijn, maar ik geloof dat cijfer niet. Een cijfer dat ik wel geloof is dat 100% van de zoekopdrachten in iemands hoofd begint. 

Als ik die 70% moet geloven, dan weten ‘zoekers’ dus maar in 30% van de zoekopdrachten waar ze het antwoord moeten halen. Daar kun je als marketeer op inspelen door je te richten op die 70% en zichtbaar te zijn op Google. Ik bekijk het van een andere kant: Als 70% niet weet waar te beginnen met zoeken om bij jouw product uit te komen, dan heb je het als marketeer gewoon niet voor elkaar. 

Dweilen?

Je zichtbaarheid op Google verbeteren is dweilen met de kraan open. De snelle oplossing is dan ook niet het nemen van een grotere dweil, maar de kraan dicht draaien. Bedien dus niet de 70% zoekenden maar ga sleutelen aan die 70%, zodat deze omlaag gaat. Hoe?  Het sleutelwoord is good old mond tot mond reclame.  

Mond tot mond reclame en conversatiestarters

In tegenstelling tot Content Marketing leidt mond tot mond reclame, zowel offline als online, ertoe dat jouw product bekend is bij jouw klant voordat hij weet dat hij het nodig heeft. Maar kun je mond tot mond reclame beïnvloeden dan? Jazeker, door te beschikken over goede conversatiestarters (thanks Steven van Belleghem). Enkele voorbeelden van conversatiestarters die ik zelf gebruik:

  1. Het product zelf. Als je product geen conversatiestarter is, dan is het niet goed genoeg. Wij verkopen aluminium profielen. Die zijn op zichzelf niet heel bijzonder. De service, en belangrijk onderdeel daarvan het ontwerpadvies, moet zó goed zijn dat onze klanten er graag over vertellen aan anderen.
  2. Sterke content, zowel hardcopy als digitaal. Content kun je schrijven om gevonden te worden bij Google maar mensen delen en praten ook graag over waardevolle content. Digitale content moet echt heel goed zijn willen mensen het delen. Waardevolle hardcopy content dient, in tegenstelling tot wat je wellicht zou denken, veel makkelijker als conversatiestarter doordat het fysiek zichtbaar is.
  3. Onvergetelijke events. Evenementen zijn enorm sterke conversatiestarters. Mensen praten gewoon graag over wat ze hebben beleeft. Geef ze daarom die belevenissen. Studenten industrieel ontwerp zitten vooral in de schoolbanken. Een productietechniek met eigen ogen in onze extrusiefabriek kunnen komen bekijken is voor hun een onvergetelijk. Ook voor vele anderen is het met eigen ogen zien van een productieproces, gekoppeld aan een stukje kennis, een hele beleving

Door deze conversatiestarters wordt er veel gezocht op onze bedrijfsnaam en worden wij dus veel gevonden. Als onze content meer wordt gevonden dan onze bedrijfsnaam, is dat voor mij een slecht teken en is er werk aan de winkel. Dan staat de kraan namelijk open.            

Na 10 jaar terug in Heerlen, wat een transformatie!

Na 10 jaar niet in Limburg te hebben gewoond, woon ik nu weer in Heerlen. En jeetje, wat is er in die periode veel veranderd. Het Pancratiusplein is getransformeerd tot een bruisend plein, waar niets van crisis te merken is. Het Glaspaleis is in volle glorie hersteld en publiek toegangkelijk gemaakt, met onder andere een restaurant en filmhuis op de bovenste etage.

Daarnaast merk ik dat er veel goede initiatieven zijn en er een hele stroming is van mensen die van Heerlen echt iets moois willen maken. Naast heel veel kleine initiatieven zijn de aparte Murals, het Parkcity Live festival en natuurlijk de komst van Serious Request als hoogtepunt, voorbeelden hiervan. Toen ik uit Limburg vertrok was Heerlen het lelijke zusje van Maastricht. Nu merk ik dat de mooie dingen die zijn ontstaan in de mijnbouwperiode weer gewaardeerd mogen worden. Dit jaar staat zelfs geheel in het teken van de mijnbouw als het jaar van de mijnen. Niet langer een periode die moet worden weggestopt omdat toen alles beter was, maar juist een periode om trots op te zijn.

Heerlen moet ook niet vergeleken worden met Maastricht. Heerlen is gegroeid in de mijnbouwperiode, kent dus andere architectuur en cultuur en is daarom op een andere manier mooi. Het eerder genoemde Glaspaleis, de stadsschouwburg en de Promenade zijn prachtige en unieke voorbeelden van architectuur uit hun tijdsperiode. Zet daar het contrast tegenover van de mooie panden van rond 1900, mooie pleinen als het Tempsplein en het Burgemeester de Hesselleplein en enkele mergelstenen gebouwen zoals de kerk aan het Pancratiusplein en de Ambachtschool. Dan heb je gewoon een mooie en unieke stad om trots op te zijn.

Natuurlijk zijn er de laatste 10 jaar ook verkeerde beslissingen gemaakt. Zo had ’t Loon afgebroken moeten worden toen het toch al deels was ingestort. Natuurlijk is er ook de winkelleegstand met als schrijnendste voorbeeld de Schinkelpassage, waarvoor nog een passende oplossing moet worden gevonden.

Juist om dat laatste aan te pakken, moet Heerlen zich blijven ontwikkelen. Met de tijd meegaan en elementen die de stad een eigen gezicht geven blijven toevoegen. Daarom ben ik ook groot voorstander van de bouw van het Maankwartier, waarover veel discussie is. Het Maankwartier zal de aantrekkingskracht van Heerlen verder vergroten en daarmee andere problemen juist verkleinen, in plaats van vergroten.

Het is fijn om te zien dat de goede weg is ingeslagen, maar de cultuuromslag is nog niet volledig doorgevoerd. De groep die met veel en vaak jong enthousiasme er iets van willen maken, is nog te klein en de groep die vast houdt aan het verleden en het bekende en daarmee niet openstaat voor nieuwe ideeen, is nog te groot.

Ik merkte dit zelf afgelopen week bij mijn bezoek aan Social Media Club Limburg. Buiten Limburg zijn initiatieven als deze enorm populair, hier in Limburg zaten slechts 30 mensen te luisteren naar een gratis voordracht van de meest gelezen blogger van het populaire marketing blog Marketingfacts, waarvan de helft niet eens wist wie hij was. Er zijn evenementen waar je meer dan 100 Euro moet betalen om te mogen luisteren naar de frisse ideeen van deze collega metaalmarketeer. Een gemiste kans voor het behoud van werkgelegenheid en het gestarte proces verder te versnellen…

Mijn 5 stappen van Marlene

Enkele weken geleden schreef Marlene Dekkers dit fantastische artikel op Marketingfacts: Van DNA naar beter in B2B Marketing. In het artikel beschrijft Marlene 5 stappen naar oprechte marketing. Vijf stappen die heel dicht bij de stappen liggen die ik, als marketeer zonder traditionele marketing opleiding, de afgelopen jaren onbewust heb gezet. Dit is mijn invulling van de 5 stappen van Marlene, met enkele tools die ik erbij heb gebruikt.

1. DNA
Blootleggen van het DNA was ook mijn eerste stap. Inderdaad, het zoeken naar onze onderscheidende, unieke plaats in het geheel. Door het invullen van het Business Model Canvas en te denken als Sinek kwam ik erachter dat vooral onze technische denkkracht uniek is en dat we die denkkracht in nauwe samenwerking met onze klanten moeten benutten om producten te realiseren die beter en goedkoper te produceren zijn. Dát is ons DNA, ons bestaansrecht. En zeker niet onze machines, zoals wij heel lang dachten.

2. Klantwaarde ontdekken
Klantwaarde blijft een hele moeilijke in onze business. Dat komt doordat de toepassingen van onze producten zeer uiteenlopend zijn. Hierdoor zijn ook de motivaties waarom onze producten worden toegepast heel uiteenlopend. Ik heb het samengevat tot deze 7 en heb ze maar meteen op onze blog gezet. Dan is dat ook voor iedereen duidelijk. Dit jaar vond ik er ook nog de perfecte tool bij: Het Value Proposition Canvas. In ons geval voor iedere klant een bijna uniek canvas.

3. Context
Dat context enorm belangrijk is, is een conclusie die ik ook al had getrokken. Toevallig op basis van hetzelfde filmpje. Hoe ik, of onze sales mensen, de juiste context kunnen creëren is voor mij nog niet helemaal duidelijk. Suggesties zijn welkom 🙂

4. Eigen mensen
Doordat (veel van) onze mensen al jaren hetzelfde doen, waren ze helemaal vergeten hoe bijzonder het is wat ze doen. Daarnaast mochten ze het jarenlang niet publiekelijk laten zien, want in de oude economie was kennis immers macht. Door in 2011 de ramen open te zetten, zien we zelf ook weer hoe bijzonder het is waar we elke dag mee bezig zijn. Overigens Marlene, het is ook wel leuk als anderen vertellen waartoe onze eigen mensen in staat zijn.

5. Helpen
De laatste stap, helpen, was voor ons de makkelijkste omdat het eigenlijk inherent is aan ons product. Dit komt doordat ons product klantspecifiek is en omdat wij over een stukje essentiële kennis beschikken dat bij de klant vaak ontbreekt. Het verschil met enkele jaren geleden is, is dat wij het nu ook echt omarmen. We laten zien dát we helpen en hóe we kunnen helpen.    

Voor nu is dit onze oprechte marketing. Maar het kan nog veel meer en veel beter, dat weten wij ook wel. Maar Rome is ook niet op één dag gebouwd.